evgeni-tcherkasski-0pPyrly3H2U-unsplash
Er zijn inmiddels aardig wat weken verstreken sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland en met de laatst aangekondigde maatregelen ziet het ernaar uit dat deze crisis nog wel even gaat duren. Zowel gefascineerd als ongerust observeerde ik de afgelopen tijd hoe het ‘gewone’ leven transformeerde onder druk van de genomen maatregelen. Solidariteit voerde in eerste instantie de boventoon. Websites werden opgericht waarop hulp aangeboden en gevraagd wordt, via de hastag #supportyourlocals lieten mensen zien hoe zij hun favoriete restaurant door deze zware financiële tijd heen helpen en er werden massaal kaartjes gestuurd naar oudere mensen in verzorgingstehuizen. Maar er was ook angst en onzekerheid. Het niet weten hoe lang dit nog gaat duren, zorgen over de gezondheid van dierbaren en geluiden over de aankomende recessie woekerden die angst aan. Verschillen komen nu duidelijk naar voren. Verschillen in de manier waarop deze coronacrisis beleefd wordt en verschillen in de impact die het heeft op ons dagelijks leven. Mensen met een vitaal beroep draaien overuren terwijl anderen van de een op de andere dag zonder werk zijn komen te zitten. Ouders met kleine kinderen komen uren tekort omdat zij naast hun reguliere werk nu ook de taak hebben gekregen om thuisscholing te verzorgen terwijl thuiswerkenden zonder kinderen moeite hebben om productief te blijven. Jongeren die gewend zijn aan een druk, sociaal leven voelen zich eenzaam terwijl weer anderen genieten van de rust en verstilling van het kleiner leven. En ook het navolgen van de regels wordt door mensen verschillend opgepakt en geïnterpreteerd. Waar sommige mensen dogmatisch lijken op te volgen wat ze verteld wordt, laten anderen de touwtjes langzaam vieren. Om me heen hoor ik mensen van verschillende generaties verwijten naar elkaar maken. De babyboomers zouden te hardleers zijn en de millenials te laks. Doortje Smithuijsen schreef er een leuk artikel over voor Vrij Nederland waarin ze uiteenzet hoe het generatiedenken gedijt tijdens deze pandemie. Dat wijzen met vingers zien we wel vaker. In de gesprekken die mijn collega’s en ik van Generatie Storm voeren als we een workshop, lezing of training geven over samenwerken met verschillende generaties, horen we vaak irritaties en ergernissen aan.
Ik vraag me dikwijls af waar dat vandaan komt, die moeite om ons te verplaatsen in andermans schoenen. Waarom is het zo lastig om verschillen niet te zien als bedreiging maar als bron van groei? En waarom nemen we zo stellig ons eigen doen en laten als norm en verwachten we van anderen dat ze net zo zijn als wijzelf? Angst is een slechte raadgever, dat weten we allang. Nieuwsgierigheid is een veel interessantere. Ik ben van mening dat alleen als je met een open blik durft te kijken naar de verschillen en waar die verschillen vandaan komen, het mogelijk wordt om het bijzondere te zien dat daarachter schuilgaat. De verborgen talenten, kwaliteiten, een frisse blik en een vernieuwende perspectief. Verbinding komt meestal hand in hand met herkenning. Maar het wordt interessant als je dat ook kan halen uit verschillen. Zodat je elkaar kan aanvullen en inzetten vanuit complementariteit. Meer dan ooit is nu duidelijk geworden dat we elkaar nodig hebben. Laten we samen onderzoeken hoe we dat beste kunnen doen. Mijn collega’s en ik van Generatie Storm geven lezingen, workshops en trainingen waarin we generaties met elkaar verbinden. Door met een open blik naar de verschillen te kijken en te onderzoeken hoe we gebruik kunnen maken van de unieke talenten die daarin verscholen liggen. Ook in deze tijd, waarin het werkend leven grotendeels online plaatsvindt, gaan wij graag met jou en je organisatie op zoek naar mogelijkheden.
evgeni-tcherkasski-0pPyrly3H2U-unsplash